Duidelijk nee zeggen

Dit is een onderwerp dat ook thuishoort bij stress en assertiviteit.

Ongeveer 20 jaar geleden heb ik zelf 3 maanden met een burn-out thuis gezeten. Ik werkte in het politiekorps Amsterdam/Amstelland en ik had een enorm drukke, verantwoordelijke baan. Ik organiseerde, samen met één andere collega, (voor wat betrof de politie gerelateerde inzet) alle grootschalige optredens. Denk aan risicovolle voetbalwedstrijden, kraakacties, demonstraties, de marathon, het bloemencorso, gay parade, dodenherdenking enzovoort, enzovoort. Al met al zo’n zestig grootschalige optredens per jaar. Daarnaast coördineerde ik de officiële bezoeken van het koninklijk huis aan Amsterdam (weer voor wat betrof de politie gerelateerde inzet). Dit kwam neer op ongeveer 50 koninklijke bezoeken.

In Amsterdam is er altijd wel iets gaande en ik had daarvoor ook altijd (dag en nacht) een pieper bij me. Het kwam op een gegeven moment zover dat ik wel 7 dagen per week, 12 uur per dag aan het werk was en dan nog naast mijn bed een kladblok en een pen had liggen voor nachtelijke invallen, zorgen etc.

Ik had diverse malen bij mijn chef aangegeven dat het zo niet langer ging en dat er personeel bij moest komen, maar dat gebeurde niet. Toch gooide ik er het bijltje niet bij neer en ging ik maar door. Uiteindelijk was ik een sterk persoon en hoe moest dat dan met het politiebedrijf als ik niet meer 85 uur per week zou werken of erger nog, als ik me ziek zou melden? Dat kon dus niet. Mijn belang was toch minder belangrijk dan dat van …. Vul het maar in. Ik vond van ieder grootschalig optreden mijn belang kleiner dan dat van de burgers, de collega’s etc.
Achteraf gezien zo logisch dat ik het uiteindelijk toch niet volgehouden heb.
Toen ik thuis zat heb ik me heel erg boos gemaakt over het feit dat het korps mij dat aangedaan had. Ik voelde me misbruikt, leeggezogen en dat voelde niet goed.

Omdat ik natuurlijk wel weer zo snel mogelijk aan het werk wilde, heb ik een psycholoog bezocht. Deze mevrouw vertelde me dat ik het me had laten overkomen. Daar was ik het helemaal niet mee eens. Het was mij aangedaan. Het werd een patstelling. Zij met: Ik heb het me laten overkomen en ik met dat het me aangedaan was. Dit was het enige onderwerp waar we het de eerste 3 sessies over gehad hebben. Pas tijdens de derde sessie viel bij mij het kwartje. Zij gaf mij een voorbeeld. Ik liep op straat. Ik was eerder die dag gevallen en had nu een bloedende wond die verbonden was met een verbandje en ik liep hierdoor mank. Het was ook pijnlijk. Ik was na een lange werkdag op weg naar huis. Zij kwam uit haar woning gelopen, zag mij en vroeg mij om voor haar een pakketje weg te brengen naar een woning twee straten terug, in de richting waar ik net vandaan kwam. Het pakketje moest daar binnen 10 minuten zijn. Het was heel belangrijk en zij kon niet weg, want ze had over 5 minuten een afspraak en er was verder niemand thuis en niemand op straat.
Ik gaf aan dat ik dat liever niet wilde, want ik was gewond en ik wilde eigenlijk naar huis en ik was ook moe etc. Ik voerde meerdere argumenten aan waarom ik het niet wilde doen. Zij, aan de andere kant, bleef aandringen want het was heel erg belangrijk. Uiteindelijk pakte ik het pakketje aan en liep ik al mopperend met het pakketje naar de andere woning. Ik vond het belachelijk dat zij mij dat aandeed, terwijl ze toch kon zien dat ik gewond was. Precies zoals het op het werk ook gegaan was.
Zij liet mij inzien dat ik, door het gebruik van de woorden liever niet en eigenlijk, gewoon ja zei. Ik gaf haar in het voorbeeld de ruimte en zij nam die. En zo ging het op het werk ook. Ik probeerde nee te zeggen, maar ik zei toch ja. De woorden liever niet en eigenlijk geven ruimte en betekenen ja. Zij leerde mij om als ik nee bedoel, nee te zeggen.

Later werkte ik op de politieacademie en mijn collega Freek kwam helemaal ontdaan bij mij op mijn kamer. Hij was een periode ziek thuis geweest vanwege een hardnekkige enkelblessure. Hij was nu langzaamaan weer begonnen en wilde, in overleg met zijn arts, zijn uren voor de klas rustig op gaan bouwen. Hij vertelde me dat hij zijn rooster voor de aankomende weken had gezien en dat hij bijna 8 uur per dag op de schietbaan moest staan. Fysiek kon hij dat helemaal nog niet aan en waarschijnlijk zou zijn herstel hierdoor in gevaar komen. Ik vertelde Freek dat hij naar de manager toe moest gaan en moest gaan zeggen dat die op zijn kop kon gaan staan, maar dat hij het niet zou gaan doen. We oefenden het gesprek al op de kamer en hij mocht zeker geen liever niet en eigenlijk zeggen. Freek liep vervolgens naar binnen bij de manager en zei precies zoals ik het hem gezegd had: ‘Moet je luisteren. Je kunt op je kop gaan staan, maar ik ga dit rooster niet draaien. Als ik dat zou doen, dan ben ik volgende maand weer helemaal terug bij af’. De manager keek hem aan en zei: ‘Nee, natuurlijk niet. Je hebt gelijk. Geef maar aan welke uren je eraf wilt hebben en daarvoor regelen we iemand anders’. Direct hierna kwam Freek weer terug bij mij op de kamer. Hij zat nog helemaal vol met adrenaline en hij moest die lading nog kwijt. Hij had zich voorbereid op een pittig gesprek, maar door zijn stelligheid had zijn chef meteen door dat er geen ruimte was en werd er een andere oplossing gezocht. Freek en ik hebben hier na afloop wel om kunnen lachen en het is voor ons beiden een goede les geweest.

En zo simpel is het dus. Als je iets niet wilt moet je duidelijk nee zeggen en de ander geen ruimte geven. We hebben allemaal andere belangen en een ieder probeert zo goed mogelijk zijn eigen zaken voor elkaar te krijgen. Het is misschien niet helemaal eerlijk, maar wel menselijk.
Nu je deze kennis hebt opgedaan, doe er je voordeel mee. Het lijkt me ook handig om te gebruiken in de opvoeding van je kinderen.

Klik hier om terug te gaan naar de coachingstools