Rationele Effectiviteits Training (RET)

R.E.T. (Uit: Beren op de weg, spinsels in je hoofd, van Theo IJzermans en Coen Dirkx)

Rationele Effectiviteit Training
We maken ons zo vaak druk over zaken die niet binnen onze cirkel van invloed liggen. Dit hoofdstuk gaat erover dat je de ander of de wereld niet kunt veranderen, maar wel de manier waarop je er naar kijkt en er mee omgaat. Voor mij de grootste eyeopener die ik tot nu toe heb gehad. Bij 80% van de klanten die ik coach praten we gedurende het coaching traject over deze materie. En ik zie het bij de meesten ook echt landen.

Het zijn niet de problemen zelf die het ons zo moeilijk maken, maar de manier waarop we tegen deze problemen aankijken (Griekse wijsgeer Epictetus).
Bij de theorie van RET wordt gebruikgemaakt van de letters ABC.
A staat voor aanleiding (situatie)
B staat voor de bril waardoor je kijkt (gedachtes)
C staat voor consequentie (emoties)

A – Situatie – Tentamen niet gehaald
B – Gedachtes – ‘Nu ben ik een mislukkeling, ik kan helemaal niks’
C – Emoties – Boos, verdrietig, bang om het niet te halen

Mensen denken vaak dat de gebeurtenis de emotie veroorzaakt. Dus de A veroorzaakt de C. Volgens de RET-theorie wordt de emotionele reactie en ook het gedrag dat daarmee samenhangt voornamelijk veroorzaakt door de ideeën, de manier van denken over de gebeurtenis, de B. Ook wel: vooral de B veroorzaakt de C. Het zijn dus niet de gebeurtenissen zelf die de emoties veroorzaken maar vooral de manier waarop we denken over die gebeurtenissen.

Vorige week kwamen mijn man en ik terug vanuit Brabant. Wij wonen in Koog aan de Zaan. Op de A27 reden wij de file in. Het was 21.00 uur. Mijn man werd gelijk boos, begon driftig te googelen wat er aan de hand was en maakte zich kwaad dat wij nou net in de enige file van heel Nederland stonden. Ik zat ernaast, was niet boos en bedacht me dat het ook niet zo heel veel uitmaakte of we nu om 22.00 uur of om 22.15 uur thuis waren. We zaten warm, droog, in elkaars goede gezelschap met leuke muziek op de achtergrond. Als de file dus de boosheid zou veroorzaken, had ik ook boos moeten zijn en dat was niet het geval.

Blijkbaar heeft mijn man bepaalde gedachten over de tijdstippen waarop er files mogen staan, hoe lang die mogen zijn etc. De vraag is of die gedachten rationeel zijn en of die effectief/ productief zijn?

De A was dus de file. De C was de boosheid en de B waren de gedachten erover.

In Beren op de weg, spinsels in je hoofd, worden er 5 hoofdgroepen van irrationele gedachtegangen beschreven.

1.
Fanatiek Perfectionisme
Fanatieke perfectionisten vinden dat ze geen fouten mogen maken. Deze eis van absolute onfeilbaarheid koppelen ze aan zelfbeoordeling: een fout is een teken van zwakte. Hierdoor zien deze perfectionisten voortdurend gevaren als er iets fout loopt of dreigt te lopen. Immers, fouten maken betekent falen, of nog erger: de totale afgang. Perfectionisten creëren hiermee hun eigen ‘zwaard van Damocles’, dat voortdurend dreigend boven hun hoofd hangt.

Voorbeelden van gedachten van perfectionisten:

  • • Er mag niets fout gaan, want anders faal ik volkomen, dan ben ik een onbenul, val ik door de mand.
  • • Als ik een fout maak, ben ik niets waard.
  • • O jee, het is niet 100%; ik ga af, dit is afschuwelijk.

‘Wat is er fout aan deze manier van denken?’ vraag je je wellicht af, zeker wanneer je zelf een perfectionist bent. Het irrationele schuilt in de overdrijving. Alsof je door fouten te maken ineens zou veranderen van een waardevol in een waardeloos persoon! Alsof je een onfeilbaar wezen zou moeten zijn om aanspraak te kunnen maken op positieve zelfwaardering! Het tragische voor fanatieke perfectionisten is dat hun gedrag door deze aanhoudende dreiging zó angstig en krampachtig wordt dat prestaties hierdoor alleen maar slechter worden. Uit onderzoek naar prestaties van topsporters blijkt dat de fanatieke perfectionisten, als het er echt op aankomt, buiten de boot vallen. Faalangst slaat dan onverbiddelijk toe. Geen wonder, want de zelfwaardering staat op het spel en wie kan zich dan nog op de prestatie zelf concentreren? Perfectionisme kan leiden tot uiteenlopend niet-productief gedrag, zoals: risico’s vermijden en de veilige weg kiezen. Of teveel tijd en energie besteden aan controleren en narekenen om de kans op vergissingen zo klein mogelijk te maken.

2.
Het Ramp-denken
Onheilsfantasten zien altijd weer verschrikkelijke gevaren op zich afkomen. Vaak hebben zij ze zelf bedacht, bijvoorbeeld door de gevolgen van een gebeurtenis enorm te overdrijven. Gedachten die door hun hoofd kunnen gaan, zijn:

  • • Bij een groeiende stapel werk: Dat lukt me nooit, dit is verschrikkelijk.
  • • Als er een fout gemaakt is: Het hele project loopt mis.
  • • Als er op een advertentie geen reactie binnenkomt: We halen de omzet niet. Oh, wat een ramp!
  • • Als een leidinggevende kritiek heeft: Ik kan mijn carrière wel vergeten.

Het is irrationeel om te voorspellen dat feiten die negatief geïnterpreteerd kunnen worden, vanzelfsprekend leiden tot rampzalige gebeurtenissen in de toekomst. ‘Zie je wel, alles loopt mis.’ Ook dit is weer een bijvoorbeeld van overdrijving op basis van een beperkt aantal feitelijke gegevens. Het zijn de muggen die in de fantasie tot olifanten uitgroeien.

Het rampdenken leidt niet alleen tot veel onnodige spanning, maar levert vaak ook niet-productief gedrag op, zoals: besluiteloosheid en het vermijden van zoveel mogelijk risico’s.

3.
Lage frustratie-tolerantie
Mensen met een lage frustratie-tolerantie (LFT) zien vaak op tegen dingen en denken dat deze te moeilijk en te zwaar zijn. Zij reageren vaak snel emotioneel als iets tegenzit.

Voorbeelden van gedachten:

  • •  Ik kan niet tegen kritiek.
  • •  Als dat gebeurt, overleef ik het niet.
  • •  Dat is veel te moeilijk voor mij.
  • •  Dat kan ik niet verdragen.

Het achterliggende idee is dat het leven eigenlijk veel gemakkelijker zou moeten zijn dan het in de praktijk blijkt te zijn. Bij deze denktrant groeien lasten en mogelijke tegenslagen in de fantasie uit tot onoverkomelijke bezwaren. Het irrationele schuilt ook hier in de overdrijving. Moeilijke dingen zijn soms heel vervelend, maar wel te verdragen. Ze kunnen ook een uitdaging zijn. Door dingen uit te proberen die moeilijk zijn, kan soms blijken dat je wel kunt slagen. In ieder geval overleef je het. De eis dat het leven eigenlijk gemakkelijker zou moeten zijn, is even onzinnig als de eis dat iedere dag de zon moet schijnen.

De lage frustratie-gedachtegang leidt tot veel onnodige spanning en ongenoegen, een halfslachtige inzet met veel gekreun en tot snel opgeven van een taak: ‘Zie je wel, veel te moeilijk’.

4.
De liefdesjunk: verslaving aan respect en liefde
Favoriet bij de liefdesjunk is het idee dat het noodzakelijk is dat mensen van je houden en je respecteren. Voorbeelden van dit type irrationele gedachtes:

  • • Het is heel erg als mensen me afwijzen.
  • • Als ik geen vaste partner heb, stel ik niets voor.
  • • Het is verschrikkelijk dat mijn collega me niet meer aankijkt sinds ik haar een uitbrander heb gegeven.
  • • Ik zeg maar niets meer, want dan krijgen we ruzie.
  • • Stel je voor dat mijn baas ’t niet ziet zitten.
  • • Als ik nu deze opdracht weiger, wordt hij kwaad en dan ben ik nergens meer.

De overdrijving schuilt in het idee dat het absoluut noodzakelijk is dat mensen je mogen en je gedrag goedkeuren. Natuurlijk is het zo dat het heel prettig is als mensen in je omgeving je mogen. Maar liefde en respect zijn geen absolute behoeften van mensen, zoals water en voedsel. Ook hier wordt een rationele wens tot een irrationele eis gemaakt.

De irrationele gedachten van de liefdesjunk leiden tot angst als er sympathieverlies dreigt. ‘Stel je voor dat die persoon mij niet meer mag, dat zou toch afschuwelijk zijn.’

Het is duidelijk dat deze opstelling en de angst die het oproept, leiden tot vermijding van conflicten, tot het niet durven zeggen wat je vindt. Ook het naar voren brengen van nieuwe ideeën brengt altijd het risico van afwijzing mee. Het ‘liefdesjunk’-denken leidt vaak tot schipperen en je op de vlakte houden.

5.
Eisen aan anderen en de wereld
Een veel voorkomende irrationele eis is dat andere mensen zich anders moeten gedragen en dat de wereld anders in elkaar zou moeten zitten. De anderen moeten zich gedragen naar onze opvattingen en de wereld moet anders, beter, rechtvaardiger zijn.

  • • Ik heb zo hard gewerkt, hij heeft het recht niet mij zo te behandelen.
  • • Er mag om 21.00 uur geen file staan op de A27.
  • • Er loopt zoveel fout in deze organisatie, dat mag toch niet.
  • • Collega’s moeten altijd fair met elkaar omgaan.
  • • Mensen moeten zich houden aan afspraken.
  • • Mijn collega gaat eerder naar huis, waardoor ik harder moet werken, dat mag toch niet gebeuren.
  • • Ik heb vakantie en nu regent het, dat mag toch niet.
  • • Oorlogen mogen niet bestaan.

Deze eisende gedachtegangen hebben meestal betrekking op rechtvaardigheid en normen over hoe anderen, organisaties en zelfs de natuur behoren te zijn. Ze kunnen woede, rancune en onnodige irritaties tot gevolg hebben. Het irrationele schuilt er in dat men de realiteit niet wenst te accepteren zoals die zich voordoet en eist dat deze anders wordt. ‘Het moet anders, omdat ik dat zo vind.’ Ook hier wordt een wens weer tot een eis gemaakt. Accepteren betekent natuurlijk nog geen goedkeuring.

Een rationele opstelling is accepteren wat je niet kunt veranderen en datgene proberen te veranderen wat je wel kunt veranderen.
Dit waren voorbeelden van irrationele gedachtegangen die veel voorkomen in allerlei situaties. Ze leiden tot heftige emoties, blokkades en vaak tot niet-constructief en ineffectief gedrag.

Of een gedachtegang rationeel of irrationeel is, wordt in de RET bepaald door de volgende criteria:

De bedoeling is nu om de situaties waarbij je heftige emoties voelde onder de loep te gaan nemen, te gaan beschrijven, te gaan ontleden en te gaan her-kaderen. Vooral het gedeelte van wat je gedachtes waren, vergt wel oefening. Je weet vaak niet eens wat je denkt. In die situaties moet je dus bewust naar je eigen gedachten gaan kijken.

Wat was de situatie?
Wat waren jouw emoties daarbij?
Wat zijn je gedachtes daarbij geweest?
Waren die reëel?

Deze vragen kunnen je helpen:
1. Wat is het bewijs dat deze gedachte klopt?
2. Wat is het bewijs dat deze gedachte niet klopt?
3. Kijkt iedereen op deze manier tegen deze situatie aan?
4. Zou je er ook anders tegenaan kunnen kijken?
5. Wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren?
6. Wat is het beste dat er zou kunnen gebeuren?
7. Wat is het meest realistische dat er zou kunnen gebeuren?
8. Wat is het effect van mijn manier van denken?
9. Wat zou een andere denkwijze me opleveren?
10. Wat zou ik er zelf aan kunnen doen om het probleem op te lossen?
11. Wat zou ik tegen mijn beste vriend/vriendin zeggen als hij of zij in deze situatie verkeerde?

Op basis van de bovenstaande antwoorden kun je nu een nieuwe, maar rationele gedachte beschrijven en die ook gaan geloven.

Geef dit proces de tijd. Zoals al eerder beschreven: Iets nieuws aanleren kost 6 tot 15 weken voordat het weer vertrouwd gedrag is geworden. Je kan je manier van denken niet van de één op de andere dag veranderen, maar geef het een serieuze poging en je zal zien dat het wel kan. Het gaat je heel veel opleveren.